Judith van de Kamp

Judith van de Kamp

judithvandekamp.nl

Judith van de Kamp RSS Feed
 
 
 
 

Radio 1 - Omroep Llink

Omroep Llink Atlas
16 november 2008
Met Marcel van der Steen en Mirjam de Winter
Andere sprekers zijn Cily Keizer van Wemos en Jan Roben van Dudoc

Hoe goedbedoeld is ontwikkelingshulp
Ontwikkelingshulp aan derdewereldlanden ligt onder vuur. Minister Koenders van ontwikkelingssamenwerking stelde afgelopen week dat er te weinig wordt samengewerkt door verschillende hulporganisaties. Er wordt niet alleen gemopperd op de traditionele hulp, ook op de medische charitas is er stevige kritiek. Volgens medisch antropologe Judith van de Kamp gaapt er een gat tussen tussen de hulpvraag en het aanbod van de vele stichtingen. In ATLAS een debat over goed bedoelde hulp en falende organisaties.

Klik hier voor het volledige gesprek.

Workshop Make My Day 2009

Op 27 maart vond Make My Day 2009 plaats, georganiseerd door Studentenvereniging Ontwikkelingssamenwerking Leiden (SOL), met als thema ‘Het nut van Ontwikkelingssamenwerking’. Men kon zich voor verschillende workshops inschrijven, verzorgd door Artsen zonder Grenzen, Cross you Borders, econoom Jacok Kol, antropoloog Judith van de Kamp en Oikos Xplore.  Lees hier verslagen van de dag.

Radio 1 - AVRO

Radio 1
AVRO De Praktijk
11 november 2008
Met Jan Mom

Komt onze hulp aan derdewereldlanden wel terecht op de juist plek? Medisch antropologe Judith van de Kamp deed onderzoek en ontdekte dat er nogal wat schort aan de medische ontwikkelingshulp.

Klik hier voor het volledige interview.

De Volkskrant

“Medische hulp Afrika chaotisch” (10 nov. 2008, p. 1)
“Medische hulp is niet altijd welkom” (10 nov. 2008, p. 2)
“Nederlandse artsen zijn wel nuttig in Afrika”
(22 nov. 2008, p. 5)

Aanpakken en wegwezen

Een antropologisch onderzoek naar de kortstondige inzet van Nederlandse gezondheidswerkers in ontwikkelingslanden

In augustus 2006 las ik op de voorpagina van de Volkskrant een artikel dat me dusdanig boeide dat het aanleiding vormde voor mijn afstudeeronderzoek naar de kortstondige inzet van Nederlandse gezondheidswerkers in ontwikkelingslanden. Ik verrichtte het onderzoek in het kader van de masteropleiding Medische Antropologie en Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Ik begon mijn onderzoek in september 2006 met het volgen van de discussie die er over het onderwerp binnen de Nederlandse betrokken beroepsgroep gaande was. In februari 2008 ben ik op het onderwerp afgestudeerd. In maart 2008 publiceerde ik mijn resultaten voor het eerst, in het blad MT van de Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde (NVTG). Mede doordat de Volkskrant mijn resultaten in november 2008 op de voorpagina publiceerde, ben ik deel gaan uitmaken van de discussie die me in 2006 al zo boeide en me nog steeds boeit!

Groet!

Judith

______________________________________________________________________________

Inhoud
1. Samenvatting
2. Probleemstelling
3. Onderzoeksvraag en deelvragen
4. Onderzoeksdoel en relevantie
5. Onderzoekstype, periode en plaats
6. Antropologisch onderzoek
7. Opzet scriptie
8. Link naar het volledige document in pdf

______________________________________________________________________________

1. Samenvatting
Deze scriptie is tot stand gekomen na uitvoering van een antropologisch onderzoek naar de kortstondige
inzet van Nederlandse gezondheidswerkers in ontwikkelingslanden, met name in Afrika. De aanleiding voor het onderzoek was de media-aandacht voor de nadelen van dit soort werk voor de hulpontvangende landen. Om meer inzicht te krijgen in het onderwerp is er gekozen voor de volgende onderzoeksvraag: Hoe ervaren verschillende betrokkenen de kortstondige inzet van Nederlandse gezondheidswerkers in ontwikkelingslanden, met name in Afrika? Er is onderzoek verricht in zowel Nederland als Ghana. Gegevens zijn verzameldmiddels het houden van interviews, het doen van observaties en het voeren van (in)formele gesprekken. De betrokkenen zijn ingedeeld in drie groepen.

De eerste groep bestaat uit Nederlandse langdurige gezondheidswerkers die langer dan een jaar
achtereenvolgens in een ontwikkelingsland gewerkt hebben. Zij spreken zeer verschillend over de inzet van Nederlandse kortstondige gezondheidswerkers. Sommige van hen zijn er zeer sceptisch over en geven redenen die te maken hebben met de persoonlijke motieven, hun doel, houding en manier van werken. De belangrijkste bezwaren zijn dat kortstondige gezondheidswerkers door gebrek aan ervaring en kennis (en daardoor onbegrip) van de lokale situatie, taal en gewoonten niet in staat zijn de risico’s van hunmedisch handelen in te schatten en niet genoeg samenwerkenmet lokaal personeel. Er worden ook voordelen genoemd, zowel voor het ontwikkelingsland als voor de gezondheidswerker zelf. Voor het ontwikkelingsland is kortstondigemedische inzet een middel om tijdelijk het tekort aan lokaal zorgpersoneel te compenseren. Voor de gezondheidswerker zelf is het een leerzame ervaring en kan het interesse aanwakkeren voor het tropenvak.

De tweede groep bestaat uit Nederlandse kortstondige gezondheidswerkers die korter dan een jaar in een ontwikkelingsland gewerkt hebben, vaak een paar weken, soms een paarmaanden. Ook zij spreken heel verschillend over hunwerk en de keuze daarvoor. Opvallend is dat de overgrote meerderheid werkervaring in een ontwikkelingsland hee  en daardoor niet geheel onervaren is. Sommigen zijn goed op de hoogte van de lokale situatie, anderen totaal niet. Ze worden allen slecht geïnformeerd door de organisaties die hen uitzendt.Demeeste kortstondige gezondheidswerkers vergelijken de impact van hun werk met een druppel op een gloeiende plaat. De reden voor een kort werkbezoek is vaak zuiver praktisch van aard:men kan of wil niet lang van werk en gezin verwijderd zijn. Avontuur, nieuwsgierigheid en solidariteit spelen de belangrijkste rol bij de keuze om te gaan.

De derde groep bestaat uit lokale gezondheidswerkers in Ghana die werken in ziekenhuizen die door Nederlandse kortstondige gezondheidswerkers bezocht worden. Voor hen lijkt de mate waarin zij de inzet van kortstondige gezondheidswerkers waarderen, af te hangen van in hoeverre er (door de directie van het ziekenhuis) van tevorenmet hen gecommuniceerd wordt over wie er komen, wanneer, hoe lang en wat zij komen doen.Wat ook een rol speelt is of er tijdens het bezoek van de kortstondige gezondheidswerkers) met hen wordt overlegd. Dit gebeurt niet altijd. Het niet vragen of luisteren naar de wensen en behoe en vanuit hulpontvangende ziekenhuizen hee  tot gevolg dat buitenlandse gezondheidswerkers worden ingezet waar zij niet nodig zijn, gevoelens van onvrede bij lokale gezondheidswerkers worden veroorzaakt en ziekenhuizen opdraaien voor kosten zoals accommodatie, vervoer en voedsel voor de buitenlandse gezondheidswerkers) die zij niet hebben.

Een antropologische analyse van de onderzoeksbevindingen levert op dat de interpretaties van de ervaringen van de drie groepen betrokkenen in hogemate afhankelijk zijn van de omstandigheden en cultuur waarin dezemensen zich bevinden. Nederlandse kortstondigemedische hulp aan ontwikkelingslanden kan effciënter worden ingezet door uitdrukkelijk tegemoet te komen aan de bezwaren en suggesties van de Nederlandse langdurige en lokale gezondheidswerkers én de behoe en van de Nederlandse kortstondige gezondheidswerkers. Vraaggestuurde hulp is wellicht de beste methode om dit te realiseren. De verschillen in omstandigheden en cultuur vormen dan deminste kans op problemen omdat het kortstondige werk van deNederlandse gezondheidswerkers volledig binnen de kaders van de lokale structuur en cultuur plaatsvindt.

2. Probleemstelling
In de afgelopen vijftig jaar is ontwikkelingshulp uitgegroeid tot een serieuze, professionele bedrijfstak.
Ontwikkelingsorganisaties baseren hun inspanningen op scholing, werkervaring en lessen uit het
verleden. Een aantal uitgangspunten is inmiddels verworden tot common wisdom. Zo blijkt hulp succesvoller
wanneer er geluisterd wordt naar de lokale betrokkenen en wanneer er oog is voor lokale
omstandigheden, gewoonten en cultuur (Bodelier en Vossen, 2007).

Tegenwoordig lijkt er naast de bestaande ontwikkelingsorganisaties, een nieuwe groep ntwikkelingswerkers
te zijn ontstaan én te groeien: mensen die zelf hun handen uit de mouwen willen steken en initiatief willen tonen. ‘Vroeger werden ze lid van deWereldwinkel’, aldus directeur van COS Nederland Ad Bijma, ‘nu bouwen ze waterputten en stichten ze weeshuizen’ (Velthuis, 2006). Om die reden worden ze ook wel de ‘doe-het-zelvers’ van de ontwikkelingshulp genoemd.

Naast particuliere ontwikkelingsorganisatieswordt er door vrijwilligersorganisaties, scholen, bedrijven en ziekenhuizen ingespeeld op de behoe e van mensen om persoonlijk betrokken te zijn bij hulp aan ontwikkelingslanden. Zij bieden mogelijkheden voor deelname aan projecten in ontwikkelingslanden  variërend van een paar weken tot een paar jaar. Trouw meldt in april 2007 dat het Nederlands draagvlak voor hulp aan arme landen dankzij de particuliere initiatieven van doe-het-zelvers op het moment wellicht het grootste ter wereld is (Koch, 2007).

Ook op medisch gebied zijn er steeds meer Nederlanders die persoonlijk betrokken willen zijn en hun kennis en kunde in ontwikkelingslanden willen inzetten. Sommigen organiseren zelf hun reis en de manier waarop zij te werk gaan. Anderen sluiten zich aan bij één van de vele particuliere organisaties die Nederlandse gezondheidswerkers uitzenden.

Niet iedereen stelt deze medische initiatieven echter op prijs. In 2006 komt er een he ige discussie op gang over de zin van de kortstondige inzet van Nederlandse gezondheidswerkers, eerst binnen de medische beroepsgroep en niet veel later in het openbaar doordat de Volkskrant begin augustus 2006 kopt met ‘Arts-toerist biedt vaak matige hulp’ (De Visser, 2006). In het artikel komen oudtropenartsen aan het woord die nog regelmatig terugkeren naar het land waar zij ooit werkzaam waren. Ze signaleren dat steeds meer Nederlandse gezondheidswerkers (die ‘arts-toeristen’ worden genoemd) naar ontwikkelingslanden gaan om ‘slechts’ een paar weken of maanden medische hulp te verlenen. Het artikel verwijst naar een uitgebreider artikel ‘Wonderdokters’ in de bijbehorende zomerbijlage van de krant. Hierin staat dat deze oud-tropenartsen constateren dat medische apparatuur altijd strikt wordt gecontroleerd voor het naar ontwikkelingslanden wordt gestuurd, terwijl er aan medisch personeel dat erheen trekt geen eisen wordt gesteld (De Visser, 2006).

Hierdoor gaat het nogal eens mis. Zo vlogen Nederlandse chirurgen na de tsunami naar de rampgebieden om botbreuken te opereren. Eén van de tropenartsen vertelt dat zij er platen inzetten die er in de niet-steriele omgeving meteen weer uitpusten. Een andere tropenarts herinnert zich in Ghana een jongen met een gapend gat in zijn buikwand ten gevolge van buiktyfus. Ondanks dat de Ghanese arts had afgeraden te opereren omdat het geen zin meer zou hebben, stond de zojuist ingevlogen arts zeven uur aan de operatietafel. Het kind overleed alsnog en al het operatiemateriaal was verbruikt (De Visser, 2006).

In feite zeggen de tropenartsen dat goede bedoelingen niet voldoende zijn om goed te doen. ‘Goed willen doen maar verkeerd bezig zijn’, dat karakteriseert volgens voormalig tropenarts Peter Bob Peerenboom de houding van veel westerse dokters (De Visser, 2006). Uit het artikel blijkt dat het volgens de tropenartsen vooral te maken hee  met egotripperij:

“Ze komen een paar weken de blanke specialist uithangen, laten de video draaien als ze kauwgom uitdelen op de kinderafdeling en keren met een map foto’s en grote verhalen huiswaarts. Over tropische ziektes weten ze vaak niets, in de cultuur van het land hebben ze zich niet verdiept en ze spreiden in de lokale operatiekamers een westerse dadendrang ten toon die tot pijnlijke situaties leidt.” (De Visser, 2006)

3. Onderzoeksvraag en deelvragen
De onderzoeksvraag luidt:

Hoe ervaren verschillende betrokkenen de kortstondige inzet vanNederlandse gezondheidswerkers
in ontwikkelingslanden, met name in Afrika?

De betrokkenen kunnen worden onderverdeeld in de volgende drie groepen:

  • Nederlandse gezondheidswerkers die zich langdurig – langer dan een jaar achtereenvolgens – in een ontwikkelingsland inzetten of ingezet hebben
  • Nederlandse gezondheidswerkers die zich kortstondig – korter dan een jaar achtereenvolgens – in een ontwikkelingsland inzetten of ingezet hebben
  • Lokale gezondheidswerkers in een ontwikkelingsland

Betrokkenen uit de eerste twee groepen worden in de rest van deze scriptie aangeduid met een term om korter duidelijk te kunnen maken om welke groep het gaat. Hierbij moet gezegd worden dat elke term gekoppeld is aan bovenstaande beschrijving. Betrokkenen uit de eerste groep worden ’Nederlandse kortstondige gezondheidswerkers’ genoemd, uit de tweede groep ’Nederlandse langdurige gezondheidswerkers’. Beide groepen betrokkenen zijn gezocht in Nederland (na hun werkbezoek) en in
een ontwikkelingsland: Ghana (tijdens hun werkbezoek). Lokale gezondheidswerkers zijn uiteraard
alleen gezocht in Ghana. In paragraaf 4.1 worden de drie groepen nader toegelicht.

De deelvragen luiden:

  1. Wat voor soort kortstondige medische hulp wordt er vanuit Nederland aan ontwikkelingslanden verleend, door wie, waar en op wat voor manier?
  2. Hoe spreken Nederlandse langdurige gezondheidswerkHoe spreken Nederlandse kortstondige gezondheidswerkers over hun inzet in ontwikkelingslanden?
  3. Hoe spreken Nederlandse kortstondige gezondheidswerkers over hun keuze voor kortstondig werk in ontwikkelingslanden?
  4. Hoe spreken Nederlandse kortstondige gezondheidswerkers over hun inzet in ontwikkelingslanden?
  5. Hoe spreken lokale gezondheidswerkers over de kortstondige inzet van Nederlandse gezondheidswerkers in hun land?

4. Onderzoeksdoel en relevantie
“Artsen hebben in de hedendaagse internationale context een bijzondere verantwoordelijkheid. Door de internationalisering van de arbeidsmarkt en de vele hulpprogramma’s hebben wij een grote invloed op de gezondheidszorg in Afrika.” (Peerenboom, 2006)

Het is voor een buitenstaander erg moeilijk, danwel onmogelijk om de verhalen van tropenartsen op waarde en waarheid te schatten, alleen al omdat Nederlandse journalisten mogelijk enkel over de worst practice berichten. Maar als elk willekeurig persoon naar de tropen kan gaan om medische hulp te verlenen zonder dat er eisen aan gesteld worden, hoe kan de kwaliteit van deze vorm van hulpverlening dan worden gegarandeerd, gecontroleerd en zonodig verbeterd? Zoals bovenstaand citaat al aangeeft , is het, juist nu gezondheidswerkers uit rijke landen een grote invloed hebben op de gezondheidszorg in Afrika, belangrijk om de kwaliteit van hun medische hulpverlening aldaar onder de loep te nemen.

Tot op heden is er geen systematisch onderzoek gedaan naar de kortstondige inzet van Nederlandse gezondheidswerkers. Onbekend is wat voor soort gezondheidswerkers zich inzetten, hoelangzij dit doen en in welke landen.Welke motieven deze mensen hebben, wat dit zegt over hun houding enmanier van werken en hoe dit overkomt op andere betrokkenen is evenmin onderzocht. Tot nu toe wordt hier enkel over gespeculeerd. Het gebrek aan inzicht in het onderwerp is het probleem waar dit onderzoek zich op richt.

Het doel van dit onderzoek is niet om de kortstondige inzet van Nederlanse gezondheidswerkers in ontwikkelingslanden te beoordelen, te veroordelen of de meerwaarde ervan te onderzoeken. Daarvoor is er nog teveel over dit onderwerp onbekend. Het directe doel van dit onderzoek is dan ook, door verschillende betrokkenen aan het woord te laten, inzicht te verschaffen in het onderwerp. Op deze manier wordt duidelijk hoe er door hen over dit onderwerp gedacht wordt en welke factoren een rol spelen. Het indirecte doel is het efficiënter inzetten van Nederlandse medische hulpverlening in ontwikkelingslanden. Dit ligt in de lijn van wat Ahmed en Shore beschrijven:

“In a very practical sense the ndings of anthropology also link up with aid. What kinds of aid to send? How to send it? Who to send it to? Each of these questions requires an accurate understanding of leadership patterns, family structures, cultural values and political organization. Without such knowledge the result is o en disastrous.” (Ahmed en Shore, 1999)

Met andere woorden: het effciënter inzetten van hulp begint bij het verkrijgen van een beter inzicht in de achterliggende intenties, machtsverhoudingen, familiebanden, culturele waarden en politieke structuur. Het gebrek aan inzicht maakt dit onderzoek noodzakelijk en relevant.

5. Onderzoekstype, periode en plaats
“The methods and aims of the natural sciences are unlikely to be useful for studying people and social behaviour: instead of explaining people and society, research should aim to understand human behaviour. This is the starting point of the interpretative approach. n this view, the most interesting questions are not about the ‘reality’ of the world, but about people’s interpretations of it.” (Green en Thorogood, 2005, p. 12)

Deze scriptie is gebaseerd op gerapporteerde ervaringen van mensen, niet op feiten. Het gaat om een kwalitatief en verkennend onderzoek waarbij de onderzoeksresultaten op beschrijvende wijze worden uiteengezet. Het is beschrijvend en niet verklarend, omdat er zoals gezegd nog teweinig bekend is over
de meningen en visies van verschillende betrokkenen en de factoren die daarbij een rol spelen. Deze
interpretatieve benadering biedt als het ware een ‘kijkje achter de schermen’. Het onderzoek nam zes
maanden in beslag: maart tot en met augustus 2007. In maart en april vond het onderzoek plaats in
Nederland. In mei en juni verplaatste het onderzoeksterrein zich naar Ghana. In de maanden juli en
augustus is alle verkregen data uitgewerkt, geanalyseerd en de scriptie in grote lijnen geschreven. De
maanden daarna zijn gebruikt om de scriptie, in nauw overleg met zowel de begeleider als de tweede
lezer, te ‘perfectioneren’.

6. Antropologisch onderzoek
Deze scriptie is in de eerste plaats geschreven voor een medisch publiek dat wellicht weinig bekend is met het terrein van de medische antropologie. Medische antropologie is onderdeel van culturele antropologie en spitst zich toe op ziekte, gezondheid en gezondheidszorg. Ziekte wordt overal ter wereld anders gedenieerd, ervaren en behandeld.Wat wordt verstaan onder ziekte bepaalt de manier van hulp (en genezing) zoeken.

Medisch antropologen doen onderzoek naar de verschillende ideeën en verwachtingen van patiënten ten opzichte van de arts, ongelijke machtsverhoudingen tussen de arts en de patiënt maar ook tussen de arts en bijvoorbeeld de verpleegkundige. Ook doen zij onderzoek naar de beleving van pijn, naar verschillende percepties van bijvoorbeeld vruchtbaarheid, of het geloof in bovennatuurlijke oorzaken van ziekte.

Veel medisch antropologisch onderzoekwordt uitgevoerd ten behoeve van verbetering van zorgverlening.
Door het verworven inzicht kunnen bijvoorbeeld medische behandelingen zodanig worden aangepast dat zij beter aansluiten bij de behoe en van de patiënt.

Een veelgebruikte onderzoeksmethode is participerende observatie, waarbij de onderzoeker zoveelmogelijk participeert in de dagelijkse activiteiten van zijn of haar onderzoekspopulatie. Het idee hierachter is om bepaalde handelingen en activiteiten te begrijpen, niet vanuit eigen referentiekader, de etic benadering, maar vanuit dat van de onderzoekspopulatie, de emic benadering (Hardon et al., 2001). Andere veelgebruikte methoden zijn het afnemen van interviews, het voeren van (in)formele gesprekken, het houden van focusgroepdiscussies en het doen van literatuurstudie.

Het vierde hoofdstuk gaat in op wat dit specieke onderzoek antropologisch maakt door een aantal relevante antropologische aannames en concepten te beschrijven (laatste paragraaf). De conclusie toont een antropologische analyse van de onderzoeksbevindingen.

7. Opzet
De eerstvolgende twee hoofdstukken, twee en drie, vormen samen met theoretisch uitgangspunt dat
de lezer in staat stelt de onderzoeksbevindingen te interpreteren. Hoofdstuk twee zet het onderwerp
in historisch perspectief door de Nederlandse medische inzet in ontwikkelingslanden te beschrijven
vanaf de koloniale periode tot nu, met aandacht voor discussies van toen en nu over de zin en onzin
ervan. Het derde hoofdstuk gaat in op de toenemende groei van particuliere initiatieven op het
gebied van ontwikkelingshulp waartoe de medische initiatieven behoren. Het gee  een beschrijving
van welke factoren tot deze groei hebben bijgedragen, welke partijen er bij betrokken zijn en wat de
verschillende belangen en standpunten zijn. De blootgelegdemachtsrelaties kunnen de kritiekpunten
mede verklaren.

8. Link naar het volledige document in pdf
Volgt binnenkort. Tot die tijd uiteraard op aanvraag.